Nederlandse Samenvatting Scriptie ‘The Loop of Insecurity’

Scriptieonderzoek van Hasse van der Veen over neoliberaal beleid, gaswinning en verzet in Groningen.

In deze Nederlandse samenvatting van mijn masterscriptie ‘The Loop of Insecurity’ worden eerst de belangrijkste bevindingen gegeven, daarna volgen een toelichting op de onderzoeksopzet, samenvattingen van de inhoudelijke hoofdstukken en de conclusie. Voor levendige illustraties van deze bevindingen raad ik het echter aan om de volledige scriptie door te lezen.

Belangrijkste Bevindingen

In de provincie Groningen is er een vicieuze cirkel van onzekerheid ontwikkeld als gevolg van de gaswinning die daar sinds 1963 plaatsvindt. Onzekerheid, in eerste instantie veroorzaakt door gasbevingen, wordt verder vergroot door neoliberaal gaswinning-gerelateerd beleid (hierna aangeduid als gaswinningsbeleid). In dit beleid worden individualisme en economische belangen centraal gesteld, wat resulteert in verdeling, vermoeidheid en machteloosheid bij gedupeerde Groningers. Hierdoor onthouden veel Groningers zich van verzet en proberen zij zich te focussen op delen van hun leven waar ze wel de controle over hebben. Op deze manier kan het neoliberale beleid echter voortgezet worden en blijft de onzekerheid bestaan. Dit noem ik de ‘cirkel van onzekerheid’.

Toch lijkt er een mogelijke opening te zijn voor het doorbreken van deze vicieuze cirkel. Tijdens vier maanden etnografisch veldwerk in Groningen heb ik geobserveerd dat sommige Groningers als reactie op de onzekerheid een houding van ‘actieve berusting’ aannemen. Hierbij focussen mensen op niet-aardbeving gerelateerde, meer beheersbaredelen van hun leven. Door het aannemen van deze houding krijgen mensen een gevoel van zelfbeschikking terug, wat kan leiden tot een vernieuwde energie om zich tegen gaswinningsbeleid te verzetten. Het herstel van een (collectief) gevoel van zekerheid wordt echter belemmerd door de aard van het huidige Groningse verzet. Alhoewel dit aanzienlijke successen behaald heeft – vooral op minder traditionele gebieden zoals de media, justitie, en in ‘neoliberale politieke platformen’ (uitgelegd hieronder) – is het Groningse verzet verdeeld geraakt als gevolg van het individualiserende beleid. Ook speelt het ontbreken van vaardigheden die nodig zijn voor zulk ‘neoliberaal verzet’ een rol. Een combinatie van actieve berusting met het verenigen van verzetsbewegingen biedt een mogelijkheid tot het doorbreken van de cirkel van onzekerheid. Daarnaast zal de politiek beloftes van (onder andere) schadeherstel en versterking om moeten zetten in daden om gevoelens van onveiligheid en onzekerheid daadwerkelijk weg te nemen.

Onderzoeksopzet: Methodologie en Theorie

In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal: ‘Waarom en hoe is neoliberaal beleid gerelateerd aan Groningse gaswinning in stand gehouden, en in hoeverre verzet men zich hiertegen?’.De voornaamste actoren die dit beleid in stand houden dan wel zich hiertegen verzetten, zijn politici en bestuurders, Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) medewerkers, en Groningse gedupeerden.

                Ik heb gebruik gemaakt van een kwalitatief ‘multimethode’ onderzoeksdesign, bestaande uit 37 semigestructureerde diepte-interviews, (participant) observaties, en een kwalitatieve inhoudsanalyse van verschillende documenten, waaronder beleidsstukken, (onderzoeks-) rapporten, en (journalistieke) artikelen. Dit onderzoek is voornamelijk uitgevoerd in de provincie Groningen, waar ik vier maanden verbleef volgens de antropologische veldwerk-methode. Daarnaast vonden er interviews en observaties plaats in Assen (hoofdkantoor NAM), Den Haag (Tweede Kamer en Ministerie van Economische Zaken en Klimaat), en Amsterdam.

Het theoretisch kader focust zich rondom drie concepten: neoliberalisme, (on)zekerheid, en (non-)verzet. Theorieën rondom neoliberalisme verklaren dat veel hedendaagse overheden en multinationals de neoliberale dogma’s van individualisme en ‘economisme’ (het centraal stellen van de economie) aanhouden bij het creëren van hun beleid, terwijl mensen die met dit beleid te maken krijgen vaak juist naar een holistische’ en ‘mens-gecentreerde’ aanpak verlangen. In deze scriptie relateer ik neoliberalisme aan (de ontwikkeling van) onzekerheid. Theoretisch gezien wordt onzekerheid hier begrepen als een concept waarover verschillende actoren verschillende percepties hebben. Door middel van beleid dat gebaseerd is op het zekerheids- en veiligheidsperspectief van de machtigste actoren kunnen gevoelens van onzekerheid van ondergeschikte groepen mensen zelfs vergroot worden. Als laatste maak ik in deze scriptie gebruik van theorieën rondom (non)-verzet. Ik beschouw verzet hier als een continuüm of proces waarin mensen zich in verschillende richtingen bewegen tussen diverse lagen van ‘passiviteit’, individueel protest, en collectief protest.

De Ontwikkeling van Onzekerheid

De onzekerheid, die zich uiteindelijk heeft ontwikkeld tot een vicieuze cirkel, is in Groningen in eerste instantie veroorzaakt door de onvoorspelbare consequenties van mijnbouw: aardbevingen en bodemdaling. Ik betoog echter dat tegenstrijdige belangen en verschillende veiligheids- en zekerheidspercepties van de nationale overheid, de NAM en gedupeerde Groningers deze onzekerheid verder ontwikkeld hebben. Ten eerste zorgen intern tegenstrijdige verantwoordelijkheden en belangen binnen de nationale overheid voor een verdere ontwikkeling van onzekerheid in Groningen. De Nederlandse Staat – in deze scriptie doel ik hiermee vooral op het kabinet en de minister en het ministerie van Economische Zaken (en Klimaat) – moet drie verschillende belangen afwegen: leveringszekerheid (de levering van gas aan Nederlandse én buitenlandse huishoudens en bedrijven), veiligheid (in Groningen), en een onderliggende, vaak ontkende set van belangen: economische belangen. Het laatste bestaat onder andere uit de economische afhankelijkheid van de NAM/Shell, de kosten van omschakeling naar alternatieven voor Gronings gas, en de mogelijke kosten van het niet nakomen van leveringsverplichtingen aan het buitenland. De Nederlandse overheid weegt, bewust of onbewust, de drie tegenstrijdige belangen rondom Groningse gaswinning af in een kosten-baten analyse. Omdat de belangen van leveringszekerheid en economisch profijt makkelijker in getallen uit te drukken zijn dan het belang van Groningse veiligheid, en er bij dat laatste volgens veel Groningers de bredere gevoelens van onzekerheid en onveiligheid niet meegenomen worden, lijken de eerste twee belangen zwaarder te wegen dan de laatste. Dit zorgt ervoor dat de Groningse cirkel van onzekerheid zich blijft ontwikkelen.

                Naast de tegenstrijdige belangen van de nationale overheid zorgen strijdige veiligheids- en zekerheidspercepties tussen de NAM en de overheid aan de ene kant en gedupeerde Groningers aan de andere kant voor de verdere ontwikkeling van onzekerheid voor de laatste groep. Terwijl de NAM en de Staat veiligheid en zekerheid vooral vanuit een technisch en wetenschappelijk perspectief bekijken, pleiten gedupeerde Groningers vaak voor een meer ‘holistische’ en ‘mens-gecentreerde’ aanpak. De laatsten hebben het gevoel dat de NAM en de Staat vooral naar cijfers kijken, en betogen dat er hiernaast aandacht besteed moet worden aan het moeilijker kwantificeerbare gedeelte van veiligheid en zekerheid: ervaringen en emoties. De NAM lijkt zich hier bewust van te zijn, maar blijkt het lastig te vinden om dit mee te nemen in haar uiteindelijke aanpak van het verbeteren van veiligheid en zekerheid. De discrepantie tussen de perspectieven van de NAM en de Staat aan de ene kant en gedupeerde Groningers aan de andere kant lijkt (ten minste deels) voort te komen uit de geografische en (daardoor) emotionele afstand tussen de beide groepen. Naast deze afstand lijkt de wetenschappelijke onderbouwing van het huidige beleid – vaak geassocieerd met objectiviteit en rationaliteit – een deel van de verklaring te zijn voor de jarenlange voortzetting van neoliberaal gaswinningsbeleid.

De Vergroting van Onzekerheid

Volgens veel gedupeerde Groningers maken de NAM en de overheid gebruik van strategieën die de voortzetting en uitvoering van hun beleid rechtvaardigen en ondersteunen. Ten eerste is er een ‘kennismonopolie’ gecreëerd en in stand gehouden om de voortzetting van het huidige beleid te verantwoorden. Dit kennismonopolie wordt gegenereerd door technische en juridische (meestal niet lokale) experts en laat vaak alternatieve en lokale kennis links liggen. Zulke lokale kennis is namelijk vaak tegenstrijdig aan de belangen van de NAM en de Staat, die opdrachtgevers zijn van de meeste en grootste onderzoeken rondom Groningse gaswinning. Twee strategieën die volgens veel Groningers gebruikt worden om de voortzetting van gaswinning te waarborgen, zijn verdeel en heers, en vertraging. Gedupeerden vertelden mij dat individuen en groepen bewust tegen elkaar uitgespeeld worden door ze verschillend te behandelen. Ook worden Groningse organisaties en bedrijven financieel ondersteund die anders de mogelijkheid gehad hadden om de gaswinning te bekritiseren en verzet te stimuleren. De verdeling van de Groningse gemeenschap belemmert dus effectief verzet tegen het gaswinningsbeleid. Verder ervaren veel gedupeerde Groningers vertragingstechnieken: mensen die zich verzetten tegen besluiten van instanties met betrekking tot de schade of versterking van hun huis moeten vaak jarenlange processen verdragen en beschikking hebben over de benodigde financiële middelen.  Veel mensen worden hier murw van en kiezen er uiteindelijk (soms noodgedwongen) voor om hun verzet vroeg of laat te staken.

                Als gevolg van de hierboven genoemde strategieën van de NAM en de Staat raakt de Groningse bevolking verdeeld en wordt Gronings verzet op andere manieren belemmerd. Hierdoor kan neoliberaal gaswinningsbeleid in stand blijven, wat de onzekerheid van de Groningers vergoot.

Berusting: Groningse Volksaard of ‘Coping Mechanisme’?

Vaak wordt de Groningse ‘volksaard’ aangehaald als verklaring voor het uitblijven van grootschalig verzet tegen de Groningse gaswinning. Veel van mijn onderzoeksparticipanten onderschrijven inderdaad de nuchtere, taaie en bescheiden houding van veel Groningers, die historisch ontstaan zou zijn in de tijd dat de klassenverschillen groter waren in de provincie. Ook wordt er vaak een onderscheid gemaakt tussen Groningers aan de ene kant, en ‘import’ en ‘Westerlingen’ aan de andere. De laatste groep zou mondiger zijn en zich eerder te verzetten tegen onrecht. Veel mensen die zich actief verzetten tegen Groningse gaswinning lijken inderdaad oorspronkelijk niet uit Groningen te komen. Er is echter ook een andere verklaring voor het gebrek aan massaal verzet: het algemene gevoel van machteloosheid en vermoeidheid door langdurige schadeclaim- en versterkingsprocessen. Men ervaart een ongelijke machtsverhouding tussen henzelf en de NAM en overheid tegenover hen, wat betreft financieel vermogen (bijvoorbeeld om juridische processen te bekostigen), kennis en ervaring (op onder andere technisch en juridisch gebied), en politieke invloed. Groningers ervaren vaak een politieke focus op de Randstad, in tegenstelling tot de ‘periferie’ (het randgebied). Daarnaast draagt vermoeidheid bij aan het uitblijven of staken van verzet. Schadeclaim- en/of versterkingsprocessen duren vaak jaren, waarbij een positieve uitkomst van verzet onzeker is. Soms moeten mensen hun verzet noodgedwongen staken – of beginnen er niet eens aan – om hun gezondheid te bewaken. Een onderzoeksparticipant vertelde mij: ‘De onzekerheid doet ons […] de das om’. Groningse gedupeerden hebben manieren ontwikkeld om om te gaan met deze onzekerheid: zogeheten ‘coping mechanismes’. Veel Groningers nemen een houding van ‘berusting’ (acceptatie met tegenzin) aan, waarvan ik er twee onderscheid. De eerste is ‘passieve berusting’, waarbij mensen hun leven proberen voort te zetten zoals vóór de gaswinning-gerelateerde problemen. Het tweede coping mechanisme is ‘actieve berusting’: waarbij mensen focussen op nieuwe, meer beheersbareprojecten, zoals huizen of tuinen verbouwen. Alhoewel zulke mechanismes van berusting individuen soms een gevoel van meer zekerheid geven, houdt het op de langere termijn de cirkel van collectieve onzekerheid in stand. Berusting betekent namelijk dat er niet of weinig actief verzet wordt tegen neoliberaal gaswinningsbeleid, waardoor zulk beleid in stand gehouden wordt en de cirkel uiteindelijk zelfs versterkt wordt. Actieve berusting biedt echter uiteindelijk een ingang voor het doorbreken van de vicieuze cirkel: het kan leiden tot vernieuwde energie om verzet te beginnen of voort te zetten, echter vaak op een lager niveau. Het aanhouden (en de verheviging) van verzet kan beleidsmakers onder druk zetten om hun beleid aan te passen (naar een meer ‘holistische’ en mens-gecentreerde aanpak), wat gevoelens van zekerheid en veiligheid kan herstellen.

Verzet in het Neoliberale Tijdperk

Het huidige verzet in Groningen is voornamelijk individueel van aard, als gevolg van de individuele opzet van de schadeclaim- en versterkingsprocessen. Omdat deze processen vaak lang en vermoeiend zijn, hebben mensen die zelf hun belangen behartigen vaak weinig tijd en energie om hiernaast nog aan collectief verzet deel te nemen. Toch hebben er zich ook collectieve actie- en belangengroepen gevormd, die effectief gebruik maken van minder traditionele verzetsinstrumenten dan openbare demonstratie, zoals de (sociale) media, het rechtssysteem, en ‘neoliberale’ politieke platformen. Deze laatstgenoemde platformen houden onder andere onderhandelingen in waaraan – direct en indirect – zowel bedrijven (voornamelijk NAM, Shell, en ExxonMobil) als maatschappelijke organisaties (voornamelijk de Groninger Bodem Beweging en het Groninger Gasberaad) deelnemen om hun belangen te beschermen. Deze platformen zijn neoliberaal van aard omdat de overheid niet meer automatisch haar burgers vertegenwoordigt en beschermt, zoals in de tijd van de verzorgingsstaat, maar burgers én bedrijven aan dergelijke platformen deel laat nemen om voor zichzelf op te komen. In het huidige neoliberale tijdperk blijkt het bevechten van het gaswinningbeleid via genoemde kanalen effectiever te zijn dan openbare demonstratie. Desalniettemin heeft deze meer ‘geschoolde’ vorm van verzet een keerzijde: sommige lager opgeleide gedupeerden hebben het gevoel onvoldoende vaardigheden en financiële middelen te bezitten om op deze manieren te protesteren. Deze gedupeerden voelen zich gemarginaliseerd en niet goed vertegenwoordigd door de actie- en belangengroepen, wat ervoor zorgt dat ze zich afsplitsen en nieuwe groepen vormen, dan wel hun verzet verminderen of zelfs staken. Dit leidt tot meer verdeling onder het Groningse verzet tegen het gaswinningbeleid.

Conclusie: Zal de Cirkel van Onzekerheid Doorbroken Worden?

In Groningen heeft neoliberaal gaswinningsbeleid een cirkel van onzekerheid ontwikkeld. Individualisme en de economie worden hier centraal gesteld, wat de onzekerheid vergroot die oorspronkelijk ontstaan is door gasbevingen en bodemdaling. Ook belemmert huidig beleid (effectief) verzet, waardoor de neoliberale aanpak in stand gehouden kan worden en de onzekerheid blijft bestaan (zie figuur 1). Tot op heden is deze vicieuze cirkel niet doorbroken en versterkt deze zichzelf juist naarmate de tijd verstrijkt. Er is veel veranderd rondom de Groningse gaswinning, zoals de introductie van het nieuwe schadeprotocol en de aankondiging dat de gaswinning uiterlijk in 2030 stopgezet zal worden. Toch heerst er nog grote onzekerheid in Groningen, met name rondom de hoeveelheid en sterkte van toekomstige aardbevingen, het schadeherstel, en de versterkingsoperatie. Groningers verlangen naar de uitvoering van de plannen zoals beloofd door de politiek, in plaats van enkel onzekere toezeggingen.

Figuur 1: De cirkel van onzekerheid.

Een mogelijkheid waarmee Groningers hun onzekerheid kunnen verminderen is het coping mechanisme van ‘actieve berusting’. Mijn onderzoek laat zien dat gedupeerden hun gevoel van zelfbeschikking en daardoor zekerheid hervinden door zich te focussen op projecten die niet rechtstreeks te maken hebben met de gaswinning. Dit kan leiden tot een hernieuwde energie om verzet te bieden tegen gaswinningsbeleid. Echter, het huidige Groningse verzet is nog niet effectief genoeg om aanpassing van het individualiserende en economie-gecentreerde beleid af te dwingen. Om dit te bereiken is een hechtere samenwerking nodig tussen de Groningse actie- en belangengroepen. Dit kan bewerkstelligd worden door de formulering en het nastreven van duidelijke gemeenschappelijke doelen. Volgens sociaal wetenschapper David Harvey kunnen groepen die zich verzetten tegen neoliberaal beleid ook veel bereiken door op een hoger, nationaal of internationaal niveau samen te werken met andere groepen met gelijke doelen op meer abstracte, niet-plaatsgebonden niveaus. Zo kunnen Groningse actie- en belangengroepen meer halen uit samenwerking met (inter)nationale milieubewegingen. Alhoewel het Groningse verzet al samengewerkt heeft met organisaties zoals Milieudefensie, Code Rood, en de Noord-Amerikaanse Sioux stam van Standing Rock, zou hechtere en structurelere samenwerking tot effectievere resultaten kunnen leiden. Dit kan mogelijk ook voor meer steun zorgen van grote internationale organisaties, zoals de Europese Unie en de Verenigde Naties (die de Nederlandse overheid al een tik op de vingers heeft gegeven).

                Terwijl veel Groningers zich onveilig voelen (en ook onveilig zijn) door de consequenties van gaswinning, lijken nog meer Groningers vooral hun gevoelens van zelfbeschikking en zekerheid verloren te zijn. Het staat buiten kijf dat herstel van veiligheid prioriteit is voor Groningen. Dit dient het grootste doel te zijn voor de (nationale) politiek. In deze scriptie bied ik echter mogelijkheden voor de grotere groep Groningers die vooral onzekerheid ervaren als gevolg van de gaswinning. Een combinatie van actieve berusting en het verenigen van verzetsbewegingen kan voor de aanpassing van beleid zorgen en de onzekerheid (uiteindelijk) wegnemen (zie figuur 2). Terwijl de Groningers hier op kunnen focussen, dient de politiek ondertussen onveiligheid en onzekerheid aan te pakken door beloofde schadeherstel- en versterkingsplannen spoedig ten uitvoering te brengen. Hopelijk voor de Groningers zal op deze manier de cirkel van onzekerheid zo snel mogelijk tot een einde komen.

Figuur 2: Het doorbreken van de cirkel van onzekerheid.

Hoe kon de Nederlandse overheid zo gefaald hebben?

Door Hasse van der Veen, woensdag 6 maart.

Dinsdag 5 maart heeft de Tweede Kamer unaniem besloten een parlementaire enquête te houden naar de gaswinning in Groningen. Eén van de vragen die daar centraal zal staan is: hoe kon de Nederlandse overheid zo gefaald hebben in dit dossier?

Minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes zei het al in november 2017: ‘dit is Nederlands overheidsfalen van on-Nederlandse proporties’. Met mijn zojuist afgeronde onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam bied ik een verklaring voor dit ‘on-Nederlandse overheidsfalen’ rondom de Groningse gaswinning.

In mijn scriptie, waarvoor ik Groningse gedupeerden, NAM medewerkers, en medewerkers van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat gesproken heb, betoog ik dat de overheid moest jongleren met tegenstrijdige belangen. De Nederlandse staat moest het belang van leveringszekerheid voor Nederlandse en Europese huishoudens en industrieën afwegen tegen de veiligheid van de Groningers en daarnaast de (vaak ontkende) economische belangen.

De Nederlandse overheid heeft de drie tegenstrijdige belangen, bewust of onbewust, afgewogen in een kosten-baten analyse. Omdat de belangen van leveringszekerheid en economisch profijt makkelijker in getallen uit te drukken zijn dan het belang van Groningse veiligheid, en er bij dat laatste volgens veel Groningers de bredere gevoelens van onzekerheid en onveiligheid niet meegenomen worden, hebben tot nu toe de eerste twee belangen zwaarder gewogen dan de laatste (zie figuur 1).

Naast de tegenstrijdige belangen van de overheid zorgen strijdige veiligheidspercepties tussen de NAM en de overheid aan de ene kant en gedupeerde Groningers aan de andere kant voor de discrepantie tussen de aanpak van schadeherstel en versterking door de overheid en de gewenste aanpak van Groningers. Terwijl de NAM en de Staat veiligheid vooral vanuit een technisch en wetenschappelijk perspectief bekijken, pleiten gedupeerde Groningers vaak voor een meer ‘holistische’ en ‘mens-gecentreerde’ aanpak.

De Groningers hebben het gevoel dat de NAM en de Staat vooral naar cijfers kijken, en betogen dat er hiernaast aandacht besteed moet worden aan het moeilijker kwantificeerbare gedeelte van veiligheid: ervaringen en emoties. Het overheidsfalen had beperkt kunnen worden als de Staat het perspectief en de behoeften van de Groningers meer centraal had gesteld in haar aanpak.


Figuur 1: Kosten-baten analyse belangen gaswinning overheid.

Mijn bevindingen zijn in meer detail te lezen in mijn scriptie ‘The Loop of Insecurity: neoliberalism, gas extraction and resistance in Groningen’, op http://www.scriptiesonline.uba.uva.nl/document/667842.